
Subsidie voor duurzame energie is nodig voor transitie
De overheid stimuleert de duurzame productie van elektriciteit en gas met subsidie via de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE).
Deze subsidie is niet nodig zodra er een gelijk speelveld is voor duurzame en fossiele energie. De overheid kan hier actief op sturen.
Eneco wil dat de overheid zich inzet voor een volledig gelijk speelveld. Dit ontstaat zodra de maatschappelijke kosten (zoals de CO2-uitstoot, vervuiling, klimaatproblematiek) van fossiele energie en kernenergie in de kostprijs verwerkt worden en fossiele energie geen financiële overheidssteun meer krijgt. Als dit gebeurt, is subsidie voor duurzame energie niet langer nodig. Dan wint het op eigen kracht de concurrentiestrijd met fossiele energie. Zolang dit gelijke speelveld er niet is, blijft actieve stimulering van duurzame opwek van elektriciteit noodzakelijk.
Lees het volledige standpunt. 
In de SDE+ ontbreekt een aantal noodzakelijke verbeteringen
De overheid stimuleert grootschalige duurzame energieproductie door subsidiëring via de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE). Met de komst van het nieuwe kabinet treedt vanaf 1 juli 2011 een nieuwe versie van de SDE regeling in werking, de SDE+, die gefinancierd wordt uit een opslag op de energierekening van burgers en bedrijven. Eneco juicht het toe dat de SDE regeling doorgezet wordt, maar vindt dat op een aantal punten nog steeds inhoudelijke verbetering mogelijk is.
Eneco pleit ervoor een aantal noodzakelijke verbeteringen in de SDE+ door te voeren.
De Europese doelstelling van de Nederlandse overheid, 14% duurzame energie in 2020, zal niet worden gehaald met het beperkte budget dat de Nederlandse regering heeft uitgetrokken voor de SDE+. Voor het daadwerkelijk halen van de EU-doelen is het tenslotte belangrijk dat de overheid voldoende subsidie beschikbaar stelt in de SDE+. De regering heeft momenteel alleen budget uitgetrokken de SDE+ voor de jaren 2013 tot en met 2015. Eneco pleit ervoor dat er langjarige zekerheid komt over het budget voor de regeling. Dat geeft zekerheid aan investeerders in duurzame energie. Eneco pleit ervoor dat de beperkte middelen van de SDE+ efficiënt worden ingezet. Zo moet bij het toekennen van subsidie goed gecontroleerd worden of het betrokken project daadwerkelijk gerealiseerd gaat worden. Er moet een strengere haalbaarheidstoets komen. Ook zijn er verbeteringen mogelijk bij de manier waarop de hoogte van de subsidie wordt berekend. Daardoor kan de subsidie ook efficiënter worden ingezet.
* SDE+ = stimulans voor grootschalige duurzame energieproductie, zoals windparken.
Lees het volledige standpunt.

Leveranciersverplichting duurzame energie: alleen als het investeringsklimaat daardoor verbetert
In 2014 wordt de SDE+ regeling geëvalueerd. Dan komt ook de optie van een verplicht aandeel duurzaam aan de orde. Een vorm van een verplicht aandeel duurzaam is de leveranciersverplichting, waarbij het voor leveranciers van energie verplicht wordt dat een bepaald percentage van de door hen geleverde energie duurzaam in Nederland is opgewekt.
Eneco denkt dat een leveranciersverplichting alleen kan werken als deze voldoet aan strikte voorwaarden.
Eneco is van mening dat een leveranciersverplichting alleen moet worden ingevoerd als er echt een verbetering optreedt ten opzichte van de SDE+ en als er een oplossing is voor het risico dat kolencentrales buitensporig profiteren. Een leveranciersverplichting kan in beginsel beter uitpakken voor het investeringsklimaat in duurzame energie dan de huidige SDE+. Dit komt doordat de SDE+ een beperkt overheidsbudget heeft terwijl een leveranciersverplichting door de markt wordt betaald. Het moet dan wel zo zijn dat de energiebedrijven alle kosten mogen doorberekenen en dat alle duurzame bronnen, waaronder wind op zee, vallen onder de leveranciersverplichting.
Aan een leveranciersverplichting is het risico verbonden dat energieleveranciers te afhankelijk worden van producenten, en in het bijzonder van kolencentrales. Dit gebeurt wanneer energieleveranciers zoals Eneco nog niet voldoende eigen duurzame productiecapaciteit hebben opgebouwd (het realiseren van een windmolenpark kost al snel acht jaar). Dan is Eneco verplicht om duurzame energie in te kopen die afkomstig is van bij- en meestook van biomassa in kolen centrales. De leveranciersverplichting leidt er dan toe dat de kolencentrales met bij- en meestook van biomassa een machtspositie hebben op de markt van duurzame energie. Daar moet een oplossing voor komen.
De oplossing is bijvoorbeeld dat niet alleen leveranciers maar ook de producenten van energie een verplichting krijgen om hun energie gedeeltelijk duurzaam op te wekken. Dit zorgt voor een evenwichtiger markt. Zo is Eneco voorstander van een verplichting voor Bij- en Meestook van biomassa (BMS) in kolencentrales zonder additionele subsidies daarvoor omdat anders de goedkoopste manier om duurzame elektriciteit te produceren voor een oneigenlijk competitief voordeel zou leiden voor de exploitanten van kolencentrales.
** Leveranciersverplichting = leveranciers moeten zorgen dat een bepaald percentage van hun geleverde energie duurzaam in Nederland is opgewekt.
Lees het volledige standpunt.

BMS verplichten in plaats van subsidiëren
Eneco gaat voor duurzame energie en heeft daarom geen kolencentrales. Kolen zijn schaars en raken raken op en bij verbranding van kolen stoten de kolencentrales veel schadelijke stoffen uit, waaronder CO2. Dit veroorzaakt klimaatproblemen en brengt gezondheidsrisico’s met zich mee. Ook de kolenketen (van winning tot en met emissies) is niet duurzaam. Plannen van anderen om nieuwe kolencentrales te bouwen zien wij liever niet doorgaan: de CO2-uitstoot neemt fors toe en het grotere aanbod van energie uit kolen bemoeilijkt de overgang naar duurzame energie.
Een relatief goedkope manier om duurzame energie te produceren is het bij-en meestoken van biomassa in kolencentrales. Hoewel Eneco zelf geen kolencentrales heeft vanuit haar duurzame strategie, kan het bij- en meestoken van biomassa voor bestaande kolencentrales, bijdragen aan de noodzakelijke productie van meer duurzame energie.
Wij pleiten voor een verplichting in plaats van subsidie voor kolencentrales om biomassa bij te stoken.
Door biomassa bij- en mee te stoken met de kolen, wordt de elektriciteit uit de centrales duurzamer en neemt de uitstoot van CO2 af. Het stimuleren van BMS is daarom goed. De manier waarop de overheid BMS stimuleert zien we wel graag anders dan nu het geval is.. Op dit moment stimuleert de overheid het bij- en meestoken van biomassa door het geven van subsidie. Deze BMS-subsidie compenseert het prijsverschil tussen kolen en biomassa aan de kolencentrales. Dit betekent dat een vervuilende kolencentrale van de overheid subsidie krijgt om minder vervuilend te zijn. Dit vindt Eneco niet correct vanuit het principe ‘de vervuiler betaalt’. BMS-subsidie houdt zo het ongelijke speelveld tussen grijs en groen in stand.
Het is eerlijker en effectiever om kolencentrales te verplichten hun uitstoot te verminderen. Door BMS te verplichten in plaats van te subsidiëren komt het schoner maken van een kolencentrale voor rekening van de exploitant. Bovendien zorgt een verplichting ervoor dat de maatregel structureel effect heeft, terwijl het bij- en meestoken omwille van de subsidie zal stoppen op het moment dat de subsidie vervalt.
Lees het volledige standpunt.

Kolencentrales moeten zelf de exploitatie en beheer van CO2-afvang en -opslag betalen
Door CO2 af te vangen en op te slaan, carbon capture and storage (CCS), kan de uitstoot van kolencentrales beperkt worden. Eneco juicht dit toe omdat er door CCS minder CO2 in de atmosfeer terecht komt. CCS is nog niet op grote schaal in de praktijk toegepast. Het is een redelijk nieuwe techniek waar nog veel onderzoek en investeringen voor nodig zijn. Daarom kan Eneco zich voorstellen dat de overheid financiële steun wil verlenen om CCS van de grond te krijgen. Subsidie voor de ontwikkeling van de techniek, onderzoek, pilots en het zoeken van toepassingen kan dit stimuleren en versnellen.
Structurele overheidssubsidie voor de exploitatie en beheer van de CO2-afvang en -opslag in kolencentrales vindt Eneco niet kloppen: de kosten voor het schoner maken van kolencentrales moeten juist uit de exploitatie van die centrales betaald worden; dan ontstaat er een gelijk speelveld voor groene en grijze energie.
Kolencentrales moeten zelf de exploitatie en beheer van CO2-afvang en -opslag betalen.
De kosten voor het schoner maken van kolencentrales moeten niet voor rekening komen van de belastingbetaler. Vanuit het principe ‘de vervuiler betaalt’ horen kolencentrales deze kosten zelf te betalen en in de marktprijs te verwerken. Dan wordt de concurrentie met duurzaam opgewekte elektriciteit bijvoorbeeld uit biomassa, wind en zon eerlijker. De (structurele) subsidie voor exploitatie CCS past dus niet bij het overheidsstreven naar een duurzame energievoorziening waarbij uiteindelijk via een open markt, zonder subsidies, alle voor- en nadelen in de prijs terugkomen.

De CO2 prijs moet hoger
Eneco wil graag een gelijk speelveld voor duurzame en fossiele energie. Dit gelijke speelveld ontbreekt op dit moment omdat de maatschappelijke kosten van fossiele bronnen onvoldoende terugkomen in de kostprijs. Eén van de oorzaken is de te lage CO2-prijs als gevolg van het te grote aanbod van gratis emissierechten binnen de Europese richtlijn emissiehandel (ETS). Deze richtlijn verplicht bedrijven met een hoge uitstoot, zoals kolencentrales en hoogovens, om voor hun CO2-uitstoot emissierechten in te leveren. Tot dusver kregen zij deze rechten gratis van de overheden, in zulke grote hoeveelheden dat er inmiddels sprake is van een fors overschot. De energieproducenten moeten vanaf 2013 al hun emissierechten kopen, maar de overige bedrijven krijgen tot 2020 nog steeds veel gratis emissierechten. Hierdoor is de prijs van CO2 te laag. Een te lage CO2-prijs zorgt ervoor dat het prijsverschil tussen groene en grijze energie te groot blijft en prikkelt bedrijven niet om hun uitstoot te verminderen. Het betekent dat een groot deel van de kosten door CO2-uitstoot terechtkomt bij de generaties na ons.
Eneco pleit voor een minimum CO2-prijs, zolang de CO2-markt niet goed werkt
Hierdoor komt de prijs voor fossiele energie dichter in de buurt van de werkelijke kostprijs en kan duurzame energie er beter mee concurreren. Ook stimuleert het de uitstotende bedrijven om hun CO2-uitstoot terug te dringen, door bijvoorbeeld te investeren in energiebesparing, duurzame bedrijfsprocessen of opslag van CO2.
Lees het volledige standpunt.

Het stroometiket moet de eigen productie weergeven
Energieleveranciers zijn verplicht om via het stroometiket hun klanten te informeren hoe de geleverde elektriciteit is opgewekt. Op het etiket staat hoeveel procent van de aan klanten geleverde elektriciteit is opgewekt uit kolen, aardgas, kernenergie etc. en hernieuwbare bronnen zoals windenergie en biomassa. Het stroometiket geeft met de veel toegepaste vrijwillige berekeningsmethode echter vooral een beeld van de totale handelsactiviteiten van een energiebedrijf. De eigen productie van dat energiebedrijf komt daardoor nauwelijks terug op het etiket. De klant krijgt op basis van deze berekeningsmethode geen inzicht in de werkelijke elektriciteitsproductie uit kolen, kern of gas van zijn energiebedrijf en dat geeft een vertekend beeld van de milieueffecten van zijn elektriciteit.
Eneco pleit daarom voor één standaard berekeningsmethode waarin de eigen productie direct op het stroometiket wordt weergegeven.
Alleen de netto hoeveelheid elektriciteit die een energiebedrijf op de markt koopt of verkoopt wordt dan berekend met de huidige handelsmethode. Met deze “netto-handelsmethode” kun je het totaalgedrag van een energiebedrijf beoordelen, dus hoe het elektriciteit opwekt en welke elektriciteit het inkoopt voor zijn klanten. De voorgestelde netto-handelmethode past Eneco vanzelfsprekend al toe voor haar eigen stroometiket.
Lees het volledige standpunt.

Gasrotonde vraagt om goede randvoorwaarden
Gas is de schoonste fossiele brandstof, die flexibel inzetbaar is. Daarom kiest Eneco voor gas als transitiebrandstof in de overgang naar volledig duurzame energie. Een betrouwbaar en ruim aanbod van gas, zowel aardgas als groen gas, is in de duurzame strategie van Eneco erg belangrijk. De ambitie van de Nederlandse overheid om dé gasrotonde van Noordwest-Europa te worden helpt hierbij, en krijgt Eneco’s steun.
De overheid moeten zorgen voor randvoorwaarden om de gasrotonde succesvol te laten zijn.
- Met alleen een fysieke gasrotonde zijn we er echter nog niet. De overheid zal, soms met aanvullend maar ook juist met minder beleid, ervoor moeten zorgen dat gas makkelijk verhandelbaar is, gasopslagen goed geregeld worden, de gaskwaliteit constant is en gastransport goedkoper wordt. Concreet ziet Eneco graag dat:
De CO2 prijs stabiel en hoog genoeg is. Zo wordt de rol van gas ten opzichte van kolen versterkt binnen de Europese elektriciteitsproductie
- De investeringszekerheid voor gasopslagen fors omhoog gaat
- Duidelijk is wat de gaskwaliteit wordt er wie er verantwoordelijk voor is
- Afnemers in heel Nederland biogas kunnen afnemen, voor verwarming of mobiliteit
- Regionale binnenlandse gastransporttarieven worden opgeheven
Door het scheppen van goede randvoorwaarden wordt gas een interessante optie voor investeerders. Dit is noodzakelijk, omdat de € 7,7 miljard aan de benodigde investeringen voor een goed functionerende gasrotonde gedaan moeten worden door het bedrijfsleven.
*** Gasrotonde = handelsknooppunt voor gas waarin Nederland de hoofdrol speelt.
Lees het volledige standpunt.

Nieuwe kerncentrale levert geen bijdrage aan duurzame energievoorziening van Nederland.
Eneco werkt aan duurzame energie voor iedereen. Kernenenergie past daar wat betreft Eneco als grootste zelfstandig Nederlands energiebedrijf niet in. Kernenergie is niet nodig, niet duurzaam en wel duur. Nieuw kernvermogen in Nederland staat haaks op het belang van bedrijfsleven, consument en overheid om te komen tot een betrouwbare, betaalbare en schone toekomstige energievoorziening voor Nederland. Een nieuwe kerncentrale in Nederland is overbodig. Ook voor de betaalbaarheid van energie heeft de bouw van een nieuwe kerncentrale in Nederland geen zin. Kernenergie weliswaar CO2 neutraal, maar niet schoon en niet duurzaam. Kernenergie belemmert tenslotte bovendien de verdere ontwikkeling naar een volledig duurzame energievoorziening.
Lees het volledige standpunt.

Energiebesparingsregelingen voor iedereen
Eneco gaat voor duurzame energie voor iedereen. Met onze duurzame strategie willen we ervoor zorgen dat er ook in de toekomst altijd energie is voor iedereen. Energiebesparing speelt hierin een grote rol. Want wie energie bespaart, helpt het klimaat, voorkomt vervuiling en spaart kostbare grondstoffen. Dit geldt in het kwadraat wanneer klanten energiebesparing combineren met duurzame energie, die ze afnemen of zelf opwekken. Eneco helpt daarom haar klanten niet alleen met advies op maat en besparende producten zoals de Slimme meter, Energiemanager en Wattcher. Eén van de drie pijlers in onze strategie (naast leveren en opwekken) is oplossingen: praktische producten en diensten waarmee klanten energie kunnen besparen en zelf producent kunnen worden van duurzame energie. Het kabinet heeft energiebesparing hoog op de agenda staan. Zo wil het komende jaren de energiebesparing in Nederland verdubbelen van 1 naar 2% per jaar. Dit hangt nauw samen met het streven om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen en het aandeel duurzame energie te laten toenemen naar 14% in 2020. De overheid heeft hiervoor een breed pakket aan maatregelen zoals het ‘meerjarenplan energiebesparing’ voor bedrijven en instellingen en het programma ‘Meer met Minder’ waaraan ook Eneco verbonden is via de brancheorganisatie Energie-Nederland. Particulieren worden gestimuleerd door de overheid met bijvoorbeeld het energielabel voor woningen, voorlichting via websites en brochures en diverse subsidie- en leningsregelingen.
Eneco is voorstander van het richten van verplichtingen tot degene die het energiegebruik bepaalt en dat is de eindegebruiker.
Eneco is van mening dat de overheidsmaatregelen (zowel vanuit EU als Nederland) zich moeten richten tot de eindgebruiker. Die bepaalt immers het energieverbruik. Je kunt dan denken aan besparingsverplichtingen bij de particuliere en collectieve huiseigenaar (bijvoorbeeld woningcorporaties) maar ook aan fiscale faciliteiten voor investeringen in besparingen of investeringen in lokale energie opwekking door eindgebruikers. Daarnaast dient bij overheidsbeleid te worden meegenomen dat collectieve warmtevoorzieningen en WKO goed kunnen bijdragen aan de energie efficiency.
Eneco pleit er daarnaast voor om de besparingsregelingen van de overheid toegankelijker en landelijk uniformer te maken.
Regelingen landelijk aanbieden De overheidsregelingen zijn er op allerlei niveaus. Nationaal, provinciaal, regionaal en gemeenten. Hierdoor variëren subsidie- en leningsmogelijkheden van plaats tot plaats. In Amsterdam kun je subsidie aanvragen voor een duurzaam, energiebesparend groen dak. In Rotterdam bestaat deze subsidie niet. In de gemeente Voorst betaalt de provincie mee aan de isolatie van woningen die gebouwd zijn voor 1980 voor eenderde van de kosten met een maximum van €500. Provincie Groningen bijvoorbeeld biedt deze regeling niet.
Regelingen voor iedereen toegankelijk Het aanvragen van subsidie of leningen is daarbij ingewikkeld voor veel particulieren. Om hier verbetering in te brengen pleiten we voor één centraal overheidsloket energiebesparende regelingen, waar particulieren advies en hulp krijgen bij het aanvragen. Met deze verbeteringen wordt het aanvragen van een duurzaamheidlening of een subsidie voor particulieren makkelijker en overzichtelijker, waardoor iedereen er gebruik van kan maken.
Lees het volledige standpunt.
Eneco is onder de indruk van het grote aantal Green Deals en de voortvarendheid waarmee deze zijn afgesloten. Dit toont aan dat politiek, maatschappij én bedrijfsleven overtuigd zijn van nut en noodzaak van verduurzaming van de economie. Het is goed om vast te stellen dat deze overtuiging wordt gedeeld door de Minister van EL&I.
Ten opzichte van de concreetheid van de deals zijn we minder onder de indruk. Deze deals zijn een aanzet tot een positieve beweging, maar er moet nog veel worden geregeld en uitgewerkt voordat we kunnen spreken van een succes. Dat geldt zeker voor de Green Deal met Energie-Nederland.
Pas bij de nadere uitwerking van de leveranciersverplichting, die in deze Green Deal is opgenomen, moet blijken of dit systeem efficiënt kan gaan werken. Een andere essentiële voorwaarde voor het slagen van de leveranciersverplichting, is het voorkomen van een machtspositie van kolenproducenten die biomassa bij- en meestoken. Dit kan leiden tot onredelijk hoge winsten voor kolenproducenten, en daarmee tot onnodige prijsverhogingen voor eindgebruikers.
Wat betreft de leveranciersverplichting zijn we teleurgesteld over de geringe rol van wind op zee.
|
|