Windturbines op zee vangen meer wind dan op land en realiseren meer draaiuren. De elektriciteitsproductie op zee is dus hoger. En er is genoeg ruimte. De ontwikkeling van offshore windparken op zee is daardoor een logische ontwikkeling. Sommige landen, zoals Engeland, hebben plannen ontvouwd voor vele grote windparken.
Tegenwoordig worden windparken ook tientallen kilometers uit de kust aangelegd in diepe zee. Bij de keuze van de locatie voor een ‘offshore windpark’ wordt rekening gehouden met onder andere bodemsoort, scheepvaartroutes, militaire gebieden en milieu-effecten.
Technologie
De werking van een windturbine op zee is hetzelfde als die van een windturbine op land, maar plaatsing op zee heeft een aantal voordelen: de hoeveelheid beschikbare ruimte is veel groter en er is geen sprake van eventuele geluidsoverlast en zichthinder. Daarom kunnen er grotere turbines geplaatst worden. Op zee waait het bovendien harder en regelmatiger dan op land, waardoor er meer elektriciteit opgewekt kan worden. Daar staat tegenover dat plaatsing en onderhoud van turbines op zee moeilijker en dus duurder is dan op land.
Opbrengst
Een moderne windturbine op zee heeft een vermogen tussen 2 en 5 MW (Mega Watt). Zo’n turbine kan op zee per MW vermogen elektriciteit maken voor 1000 huishoudens. Een turbine van 5 MW kan bijna 5.000 huishoudens van elektriciteit voorzien.
Markt
Nederland: eind 2006 is voor de kust van Egmond het eerste Nederlandse offshore windpark (38 x 3 MW = 108 MW) in gebruik genomen. Dit demonstratiepark levert genoeg elektriciteit voor circa 100.000 huishoudens.
Het eerste commerciële windpark, het Prinses Amalia Windpark, voor de kust van IJmuiden, kwam in 2008 in bedrijf. Er staan 60 turbines opgesteld (120 MW). Eneco levert met dit park elektriciteit voor 125.000 huishoudens.
Toekomst
Nederland: Aanvankelijk richtte de Nederlandse overheid zich op de realisatie van totaal 700 MW aan windparken op zee in 2010. Voorlopig einddoel is 6000 MW in 2020.
In een tweede ronde zijn 12 vergunningen voor realisatie van windparken vergeven waarvan 2 van de Duitse firma Bard in mei 2010 een SDE subsidie toegekend kregen. Als deze parken inderdaad gerealiseerd worden kan de overheid nog een beperkte subsidie toekennen voor de bouw van een derde park. Besluit Bard af te zien van realisatie van een park, dan kan de overheid een groter bedrag beschaikbaar stellen als subsidie van een ander park. Omdat het bouwen van offshore windparken tijd kost, zullen deze turbines niet eerder dan in 2013 elektriciteit aan het net leveren.
Voor een volgende ronde voor realisatie van off shore windparken zal de Nederlandse overheid een concessiestelsel opzetten. (zie Mening van Eneco over windenergie op zee; Concessiestelsel)