De ontwikkelingen in de energiesector hadden niet alleen betrekking op grondstoffen, winning en productieprocessen, ook op organisatorisch vlak gebeurde er veel. Gas- en elektriciteitsbedrijven gingen steeds nauwer met elkaar samenwerken om zo een grotere efficiëntie te bereiken.
In de loop van de jaren 80 vonden de eerste fusies plaats. De 'nieuwe' energiebedrijven waren niet langer (uitsluitend) in gemeentelijke handen. Volgens de wet kunnen gemeentebedrijven niet fuseren. Wel bleven de gemeenten als aandeelhouder bij de bedrijven betrokken.
Inmiddels waren door fusies de energiebedrijven Den Haag, Dordrecht en Rotterdam ontstaan. In 1995 vormden ze samen een nieuwe organisatie: Eneco. Het stond voor “ENErgie en COmmunicatie”, wat te maken had met de kabelactiviteiten van twee van de fusiepartners. Op dat moment was Eneco, met 1 miljoen klanten, het grootste energiebedrijf van Nederland.