
Een jaar geleden gingen Eneco en het Wereld Natuur Fonds een partnership aan. Eneco werd daarbij het eerste Nederlandse bedrijf met het predicaat ‘Climate Saver’. Doel van de samenwerking: het verduurzamen van de energievoorziening. Hoofd Klimaat van WNF Nederland Donald Pols is zeer tevreden over de samenwerking tot nu toe. “We zijn verbazend snel op dezelfde golflengte gekomen. Een bijzonder icoonproject dat we momenteel opzetten met de gemeente Rotterdam en Eneco Groep is het Heijplaat-project in Rotterdam. Deze wijk willen we in zijn geheel verduurzamen.”
Het akkoord met Eneco is ook voor het Wereld Natuur Fonds belangrijk, vertelt Pols. “Onze donateurs en maatschappelijke partners zien het als een benchmark voor samenwerking tussen een bedrijf en een natuurorganisatie. Vergeet ook niet dat we substantiële doelstellingen met elkaar hebben afgesproken. Eneco stijgt echt ver uit boven wat ‘business as usual’ is in Nederland. Het is belangrijk dat bedrijven met een goede marktpositie een voortrekkersrol nemen en daarmee de verduurzaming van een sector kunnen versnellen. Dit levert winst op voor de natuur wereldwijd.”
Een wijk met pit
De plannen in de Rotterdamse wijk Heijplaat worden volgens Pols een showcase voor de energievoorziening van wijken, die 100 procent duurzaam energiegebruik kan opleveren. “We zetten in op energiebesparing. Maar denk ook aan zonnepanelen op de daken en collectief gebruik van warmtepompen.”
Pols omschrijft Heijplaat als een wijk met pit. “Dat spreekt ons aan. Het is geen kosmopolietenwijk, maar een stoer stuk Nederland. De buurt zou gesloopt worden, maar de bewoners hebben dat tegengehouden. In plaats daarvan hebben ze de gemeente overtuigd om de wijk te renoveren. Dan weet je: die mensen laten niet over zich heenlopen. In Heijplaat zoeken we niet de weg van de minste weerstand. Dat doen we heel bewust. We willen met dit project bewijzen dat dergelijke projecten in heel de wereld kunnen. Dan weet je: het laaghangende fruit plukken is niet genoeg.”
Gemeenten
Pols merkt dat gemeenten actiever worden op het gebied van duurzame energie. “Veel Nederlandse steden doen bijvoorbeeld mee aan onze Earth Hour-actie, waarin we instellingen vragen om een uur lang het licht uit te doen om aandacht te vragen voor het klimaat. Maar als je kijkt naar concrete projecten, is het moeilijk om het kaf van het koren te scheiden. Ook in gemeenten werken politici, en die stellen dingen soms mooier voor dan dat ze zijn. Ik denk dat gemeenten minder focus moeten leggen op mooie doelstellingen voor de lange termijn en meer op het behalen van concrete resultaten, bijvoorbeeld bij het realiseren van duurzame energie. Stel doelen voor het aantal zonnepanelen, windmolens en energieneutrale woningen voor over een aantal jaar.”
Burger betrekken
Pols vindt ook dat er meer moeite moet worden gedaan om burgers eigenaar te maken van energieprojecten. “Energieprojecten zijn groot en complex. Daar zit een top-down element in. We kunnen niet alles aan de mensen zelf overlaten. De uitdaging is om de burgers toch te betrekken. Mensen zijn niet achterlijk. In Heijplaat gaat er veel gebeuren waar de bewoners relatief weinig invloed op hebben, bijvoorbeeld de aanleg van de warmtepompen. Daar moet je transparant over zijn. Geef ze bovendien een heldere keuze: meedoen of niet.”
Durban
De rol van gemeenten om oplossingen te bieden voor het klimaatprobleem wordt volgens Pols steeds belangrijker. “In november is de volgende klimaatconferentie van de Verenigde Naties in Durban, Zuid-Afrika. Eerder zagen we in Kopenhagen dat het de internationale politiek niet is gelukt om tot afspraken te komen. Iedereen was op de grote landen aan het wachten. Nu verplaatst de aandacht zich naar decentraal: individuele landen, burgers, bedrijven en gemeenten. Ironisch genoeg versnelt de verduurzaming hierdoor. Echte vergroening komt uit de samenleving.”